Aan het begin van de 21e eeuw lijkt religie weer helemaal terug te zijn. Bekende Nederlanders komen in interviews openlijk uit voor hun religieuze overtuigingen en doen uitgebreide geloofsbekentenissen. Het lijkt wel of de media en religie een nieuwe relatie zijn aangegaan. Zelfs bij de Volkskrant en de NRC is het taboe op religie weg. Ook deze kranten zijn de laatste jaren steeds meer aandacht gaan besteden aan ‘spiritualiteit’ en ‘zingeving’. Op de boekenafdeling van de Bijenkorf behoort ‘spiritualiteit’ tot één van de grootste secties. Buiten Europa groeit het aantal traditionele gelovigen nog steeds significant. In het dagelijks nieuws overheersen de berichten over de ‘clash’ tussen de christelijke en de islamitische beschaving. Religie heeft in Nederland in korte tijd een opmerkelijke revival doorgemaakt.
Eeuwenlang werd het leven in Nederland gedomineerd door christelijke denominaties. Voor het openbare en privé leven bood het christelijk geloof een overkoepelend systeem van waarden en normen. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw leek religie in Nederland op de terugtocht. De kerken liepen leeg en de één na de andere christelijke zuilenorganisatie ging op in een groter, niet-confessioneel verband. Enkele decennia terug overheerste in Nederland daarom nog de overtuiging dat ‘God dood was’ en de religieuze instituties op hun laatste benen liepen. Secularisten oordeelden dat het verdwijnen van religie niet meer was dan een kwestie van enkele jaren. Maar is religie ooit wel weggeweest? Steeds duidelijker wordt dat religie de afgelopen veertig jaar niet is verdwenen, maar een metamorfose heeft ondergaan. Misschien moeten we anders naar religie leren kijken.
Het beeld van religie anno 2006 is vele malen meer pluralistisch dan in de eeuwen waarin de christelijke kerken domineerden. Aan de ene kant van het spectrum vinden we mensen bij wie religie sterk is geïndividualiseerd. Zij lijken te werk te gaan als zogenaamde bricoleurs. Religie lijkt voor hen een patchwork dat zij met allerlei losse materialen uit hun leven naar eigen inzicht in elkaar knutselen. Veel migranten (christelijke en ‘niet-christelijke’) daarentegen bevinden zich aan de andere kant van het spectrum. De religie van hun land van herkomst is een ijkpunt dat richting geeft aan bijna al hun activiteiten en fungeert als bindmiddel met de etnische groep. Tussen die twee uitersten in vinden we een baaierd aan varianten in alle soorten en maten, waaronder de traditionele christelijke kerken.
Typerend voor de huidige situatie is niet alleen diversiteit, maar vooral ook gelijktijdige ongelijktijdigheid: in hetzelfde tijdsgewricht bestaan religieuze opvattingen en praktijken, die hun wortel in heel verschillende tijdperken hebben, naast elkaar Mythische, premoderne, moderne en postmoderne religieuze configuraties bestaan naast elkaar. Soms leidt dat tot interessante ontmoetingen, soms tot misverstanden en conflicten.
De collegereeks Religie Nu kent een onconventionele opzet. Deze reeks nodigt uit om onbevangen en op een nieuwe manier naar religie te kijken. In deze reeks wordt religie benaderd als een antropologisch en cultureel fenomeen. Centraal thema is de sterk veranderde plaats en rol van religie in de huidige tijd. In de colleges staat religie nu en in de toekomst centraal. Historische kennis komt dan ook alleen aan de orde wanneer zij functioneel is voor het duiden en verstaan van hedendaagse religieuze verschijnselen. Bij religie gaat het om religieuze opvattingen, maar vooral om religieuze praktijken. Beide krijgen in deze reeks daarom aandacht. Om het verschijnsel religie recht te doen worden meer brede, crossculturele beschouwingen afgewisseld met enkele cases, waarin een bepaald religieus fenomeen wordt uitgediept.
De situatie inzake religie is zo complex en verwarrend, dat zij vanuit het statuut en de klassieke methoden van theologie en religiewetenschap alleen niet meer adequaat en scherp kan worden bevraagd. Daarom is in deze cyclus gekozen voor een experimenteel, breed methodepluralisme. Benaderingen uit de geesteswetenschappen - waaronder die van theologie en religiewetenschap - worden gecombineerd met benaderingen uit de gedragswetenschappen en de natuur- en levenswetenschappen.
In deze collegereeks komen wetenschappers van binnen en buiten de Universiteit van Amsterdam aan het woord. Maar ook praktijkwerkers, personen die vanuit een binnenperspectief of een geleefde praktijk vertellen over hun ervaringen en inzichten. Theoretische inzichten en praktijken komen zo in een boeiende wisselwerking. Religie is immers niet alleen een bewuste rede, maar ook geleefde emotie.